De beroepsinhoudelijke toets is een assessment. Hiermee wordt het actuele niveau van uw kennis en vaardigheden gemeten. Op basis daarvan krijgt u een advies.

 

De beroepsinhoudelijke toets bestaat uit drie toetsen.

  1. Kennistoets.
  2. Praktijktoets 'Verpleegkundige vaardigheden'.
  3. Gesprek 'Klinisch redeneren'.

 

Alle drie de toetsen vinden op één dag plaats.

 

1. Kennistoets

Deze toets doet u op de computer. In 120 uur beantwoordt u 60 meerkeuzevragen.

Deze vragen zijn gericht op branchebrede basiskennis.

 

2. Praktijktoets 'Verpleegkundige vaardigheden'

De praktijktoets doet u in een praktijklokaal. Eerst krijgt u een praktijkcasus. Dan maakt u een rekensom.

Daarna voert u twee verpleegtechnische vaardigheden uit.

 

De praktijktoets duurt 40 minuten. U wordt getoetst door een examinator.

 

3. Gesprek 'Klinisch redeneren'

Dit gesprek voert u met twee examinatoren. U krijgt een vervolg op de praktijkcasus. In het gesprek verantwoordt u de keuzes die u zou maken.

 

Het gesprek (met de voorbereiding) duurt ongeveer 30 minuten.

 

Resultaat van de beroepsinhoudelijke toets

Het resultaat van alle drie de toetsen wordt gestuurd naar de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV). Deze commissie besluit of u (geclausuleerd) ingeschreven wordt in het BIG-register.

Zij lichten het besluit persoonlijk aan u toe.

 

U kunt de beroepsinhoudelijke toets één keer uitvoeren.